Nederlands-Hervormde kerk
Alwin Bär heeft op 28 april 1998 orgelopnamen gemaakt in de Nederlands-Hervormde kerk van 's-Heerenberg, naast Huis Bergh gelegen. Hij heeft daar de volgende stukken gespeeld, waarvan er hier twee zijn te beluisteren:
- Hymne Pange lingua (Tekst Thomas van Aquino) Voor Processie van Corpus Christi
- Victimae Pascali Laudes Sequentia Pasen Resurrectis Domini
- Veni Creator Spiritus
Het orgel
Naast Kasteel Huis Bergh ligt de Nederlands Hervomde kerk, omgeven door de slotgracht aan de ene zijde en het kerkhof aan de andere zijde. In 1742 werd in deze kerk een orgel in gebruik genomen, gemaakt door Thomas Weidtman, Meester Orgelmaker te Ratingen in Duitsland. Meer dan een eeuw is het “Weidtman Orgel” in gebruik geweest. Orgelmaker H.Haffmans uit Doetinchem had het orgel in onderhoud. In 1860 werd vastgesteld dat dit orgel zich in een toestand bevindt van onherstelbaarheid". Kerkvoogdij en gemeenteleden besluiten volgens de notulen van 26 april 1860 ... 'dat met eenparige stemmen wordt besloten tot daarstelling van een nieuw orgel ...'. De opdracht tot het bouwen van een nieuw orgel wordt gegeven aan eerder genoemde H.Haffmans uit Doetinchem. Bij het bouwen van dit orgel heeft Haffmans zeer waarschijnlijk gebruik gemaakt van onderdelen van het 'Weidtman Orgel'. De inwijding had plaats op 22 september 1861. Het orgel werd geplaatst op de galerij boven de ingang van de kerk. Bij de restauratie van de kerk in 1925-1926 werd het orgel afgebroken en op de huidige plaats westzijdeweer opgesteld.
Bouwgeschiedenis van de kerk
Voor de reformatie was de kerk gewijd aan Sint Pancras en Joris. De stichting ervan had als slotkapel plaats in 1259 door Adam, Heer van den Bergh. Het oudste gedeelte van de kerk was opgetrokken uit tufsteen en latere uitbreidingen geschiedden in rode baksteen. Het oudste, dus tufsteen-gedeelte, van de kerk heeft een driezijdige koorsluiting gehad. Het was voorzien van steunberen. De grootte van deze eerste kerk of kapel was ongeveer 9,0 x 6,9 meter, inwendig gemeten.
In het koorgedeelte werd een crypt blootgelegd, groot inwendig 3,4 x 4,2 meter. Zij zal waarschijnlijk graven hebben bevat van de vroegere Heren van den Bergh. Niets daarvan was meer aanwezig, doch in de noordwand was een horizontale nis, die op bijzetting zou kunnen duiden. Er moet nog een tweede crypt, vermoedelijk in het jongere gedeelte van de kerk, hebben bestaan, daar in 1447 melding wordt gemaakt van de crypt met twee altaren.
In 1399 werd, na een belangrijke uitbreiding die het gebouw onder Frederik van den Bergh onderging, de kerk tot parochiekerk verheven. Zij werd in 1450 met 3 koren gewijd door Bisschop Rudolf van Utrecht. In de vijffiende eeuw zouden er 24 koorzetels zijn geweest voor de (24) kannunniken, maar het is niet bekend of het kapittel hier heeft bestaan tot aan de Hervorming. De kerk was in het bezit van 8 altaren, waarvan het hoofdaltaar gewijd was aan de HH Pancratius en Georgius. Daarnaast waren er altaren gewijd aan de patroonheiligen van de gilden. Voorts waren er vicariëen die hun altaren wijdden aan een aantal heiligen. In 1568 en de daarop volgende jaren, tijdens de 80jarige oorlog, raakte de oude St.Pancras en Joriskerk, mede tengevolge van de oorlogshandelingen,sterk in verval.
Van de oorspronkelijke laatgotische parochiekerk rest alleen nog het thans als Hervormd Kerkgebouw dienstdoende dwarsschip. Het korte pseudo-basilikale schip, dat zijn beide zijbeuken heeft verloren, dient nu in hoofdzaak als kosterswoning. Het is niet meer na te gaan wanneer de beide zijbeuken zijn gesloopt. Bij het verdwijnen van de diepe koorpartij zijn ook de graven van het geslacht Van den Bergh verloren gegaan. De huidige kerkruimte dateert vermoedelijk uit 1399 en wordt overdekt door een tongewelf. In 1943 vonden opgravingen plaats, waarbij op het kerkhof de fundamenten van het koor en de twee zijkoren zijn blootgelegd. Bestaande graven en waardevol geboomte, welke gespaard moesten blijven, verhinderden een volledige opgraving. Op het noordoostelijke deel van het kerkhof heeft op een zware stenen voet, de oude houten klokkentoren gestaan, die o.a. op een gravure van De Beyer van 1743 nog te zien is.
De laatste overblijfselen hiervan verdwenen in het begin van de negentiende eeuw. In de toren hebben 3 klokken gehangen, die door de beroemde Kampense meester Geert van Wou, in 1496 zijn gegoten. Vier en een halve eeuw hebben zij hun klanken over het Berghse land uitgegoten. Na afbraak van de toren hebben de klokken gehangen boven de westbeuk van de kerk, waar de zware stoel nog aanwezig is. Zij riepen de gemeente, zowel tot de R.K. als de Hervormde eredienst op. In 1839 werden zij tegen betaling van f 6000, afgestaan aan de R.K. parochie en deden dienst voor een kerkgebouw, dat gestaan heeft tussen het huidige gemeentehuis en het verzorgingscentrum. Dit kerkgebouw verdween na de bouw van de nieuwe R.K. Pancratiuskerk in 1895-1897 en de klokken hangen nu in de toren van deze kerk. De huidige Hemony-klok uit 1644, boven de ingang van de Hervormde kerk aangebracht, is afkomstig uit de wijnhuistoren te Zutphen en in 1949 geschonken door J.H.van Heek. Het gewicht van de klok bedraagt 121 kg. Een gedenksteen van 1612 in de kerk vermeldt, hoe door kerkmeesters Ghyesbert Woellters en Hermar.van Westhaven "den irsten steen gelecht werd tot wederopbouwongh dezer kerckgen". De gewelven in het transept zijn nooit opnieuw aangebracht, doch de fraaie consoles van de ribben bleven behouden.In 1912 verkeerde het kerkgebouw opnieuw in een minder gunstige toestand. De buitenmuren waren gepleisterd. Dr.J.H.van Heek besloot iets voor het herstel van de kerk te doen; dit in samenwerking met architect M.Meyerink Sr. uit Zwolle. Restauratie van de kerk in de oude omvang kon natuurlijk niet het doel zijn. De kleine Hervormde Gemeente had daaraan ook geen behoefte. Het buitenmuurwerk werd in zijn oude schoonheid hersteld waarbij de oude "littekens", die aanwijzingen omtrent de vroegere toestand konden geven, zorgvuldig werden gespaard.
Het orgel, dat het gehele zuiderraam bedekte, werd hersteld en geplaatst in de westbeuk. De grafstenen, voor zover nog aanwezig, werden met zorg opgesteld of herplaatst. Onder de consistoriekamer, die geheel werd vernieuwd, werd een grafkelder blootgelegd. Een zeer grote steen, met de familiewapens De Greve en Gruter, bedekt deze grafkelder. De herstelwerkzaamheden werden uitgevoerd in 1925-1926. Kerstavond 1926 werd de kerk opnieuw in gebruik genomen. Een gedenksteen, aangebracht in de oostgevel, aangeboden door de Hervormde Gemeente en geplaatst door Christine Friedrike Louise van Heek, herinnert hier nog aan. In de jaren na de oorlog 1940 -1945, werd de oorlogsschade, tengevolge van granaatinslagen, hersteld.