🇳🇱
🇳🇱
Amst. Crt., den 10 Juny 1779.
MEINCKE MEYER, geweezene Compagnon van JOHANNES ZUMPI, beroemde Muziek-Instrumentenmaker tot Londen, neemt de vrijheid, lieden van Distinctie en verdere Kenners der Muziek te berigten, dat hy zig te Amsterdam gestabileerd heeft, in Compagnieschap met zyn Broeder PIETER MEYER, tot voortzetten van dezelfde Affaires, in ‘t maaken van allerhande soorten van FORTEPIANO INSTRUMENTEN, door hem veel verbeterd, en verre overtreffende alle andere tot nog toe bekend; zy verzoeken ieders Gunst en Recommandatie. Hunne Woonplaats is op de Kolk, op den hoek van de Voorburgwal, by de Brug, te Amsterdam.
Amst. Crt., den 10 Juny 1779.
MEINCKE MEYER, geweezene Compagnon van JOHANNES ZUMPI, beroemde Muziek-Instrumentenmaker tot Londen, neemt de vrijheid, lieden van Distinctie en verdere Kenners der Muziek te berigten, dat hy zig te Amsterdam gestabileerd heeft, in Compagnieschap met zyn Broeder PIETER MEYER, tot voortzetten van dezelfde Affaires, in ‘t maaken van allerhande soorten van FORTEPIANO INSTRUMENTEN, door hem veel verbeterd, en verre overtreffende alle andere tot nog toe bekend; zy verzoeken ieders Gunst en Recommandatie. Hunne Woonplaats is op de Kolk, op den hoek van de Voorburgwal, by de Brug, te Amsterdam.
De gebroeders Meincke en Pieter Meyer zijn vroege pianobouwers in Amsterdam van wie instrumenten bewaard zijn gebleven. Hun geboorte- en sterfjaar zijn niet bekend. Meincke heeft vóór 1779 in London gewerkt als compagnon van de beroemde uit Saksen afkomstige Johann Christoph Zumpe (1726–1790). Zumpe had daar in 1761 zijn eigen werkplaats opgezet. Dat bleek een schot in de roos te zijn geweest. Nadat de betere kringen in Londen het onbekende instrumentje hadden geaccepteerd, groeide de vraag dusdanig, dat er gesproken kan worden van een explosieve ontwikkeling. Zumpe kon meerdere medewerkers aantrekken, zoals Meincke Meijer. Twee piano’s, uit 1776 en 1778, herinneren aan hun samenwerking. Ongetwijfeld zal Zumpe hebben geprobeerd zijn afzetgebied te vergroten, met name aan de Nederlanden. Meincke moet van de in Amsterdam groeiende vraag hebben geweten, want in 1779 maakte hij per advertentie bekend, dat hij zich in compagnieschap met zijn broer Pieter had gevestigd.
Bij de pianobouwers Meyer zijn duidelijk twee generaties te onderscheiden. De oudere generatie is ca 1735-1745 geboren. Hiertoe behoren I - Meincke Meyer II - Pieter Meyer III - Joachim Andreas Meyer ( Vader van Hilmer Meyer en Andreas) IV - Hendrik Anthonie Meyer (1745 - † 1812)
Tot de jongere generatie (geboren na 1767) behoren: V - Meincke Andries Meyer Meinecke (Michael) Andries (Andreas) Meyer (geboren: London 1767) VI - Jan Lodewijk Meyer Jan (Johan) Lodewijk Meyer (geboren: London 1772) John Ludowyk Meyer - John Ludwich Meyer - John Ludwig Meyer - John Ludwich Meyer VII - Hilmer Meyer Hilmar Meyer - geboren Hittfeld: Januar 1773 – gestorven: Amsterdam 20. August 1816)
VIII - Andreas Meyer geboren 15 oktober 1775 in Hittfeld bij Hamburg. Broer van Hilmer Meyer
Meyer, (Gebr.M.en P.) op ’t Rockin, ’t 4 de Huis van de Nauwe Capelsteeg, Piano Fortemakers.156
NAAMREGISTER VAN ALLE DE
KOOPLIEDEN,
VOORNAAME
HANDELDRYVENDE OF NEGOTIEDOENDE
WINKELIERS EN FABRICANTEN
DER STAD
AMSTERDAM
Met aanwijzing van dezelve Woonplaatzen;
en waar in zy HANDELEN.
Voor het Jaar 1801.
Johann Christian Bach speelde in het openbaar op een Zumpe-instrument en trad mogelijk op als verkoopagent voor Zumpe-piano’s Johann Christian Bach 1735-1782 Sonate G-Dur - Allegro & Tempo di Menuetto
Zumpe volgde een opleiding bij Gottfried Silbermann. Zumpe was één van de Duitse makers van toetsinstrumenten die tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756 tot 1763) naar Londen vluchtten. Hij werkte korte tijd voor Burkat Shudi, voordat hij in 1761 zijn eigen winkel ‘at the sign of the Golden Guittar’ opende in Princes Street, Hanover Square. Zumpe trouwde op 3 december 1760 met Elizabeth Beeston. In zijn testament uit 1784 staat zijn adres vermeld als Queen Charlotte Row in de parochie St. Mary-le-Bow..
Van 1769 tot 24 september 1778 werkte Zumpe samen met Gabriel Buntebart. Meincke Meyer voegde zich in 1778 bij Zumpe. Een jaar later op 10 juni 1779 maakt hij reclame in de Amsterdamse Courant voor zijn instrumenten. Wonende op de Kolk te Amsterdam.
Meincke & Pieter Meyer "Pianoforte Fabrikeurs van hunne Majesteiten”
Koninklijk Paleis Amsterdam - Meincke & Pieter Meyer
"Pianoforte Fabrikeurs van hunne Majesteiten” = LOUIS BONAPARTE & HORTENSE DE BEAUHARNAIS, de eerste Koning & Koningin van Holland.
Het kasboek van de thesaurier-generaal in dienst van de koning vermeldt in maart 1809 de uitbetaling aan de gebroeders Meijer voor de levering van drie fortepiano’s, twee voor het Amsterdamse paleis ( somma 2.200) en één voor het ‘chateau de Zoestdijk’ (somma 450).
Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, Fragmentarchieven van het Civiele Huis van koning Lodewijk Napoleon, inventarisnummer G004-C-14.
Zwolle den 21 Juny 1792. De Gebroeders M. en P. MEYER, alom bekende Forte Piano Maakers, woonende te Amsterdam, laten hier mede aan alle Liefhebbers van hunne Forte Piano’s bekend maken, dat zy J.G. NICOLAI, Organist alhier te Zwolle, verzogt hebben, hun Commissionair van hunne Forte Piano’s voor alom hier in de Provincie Overyssel te willen zyn: Indien nu in ‘t vervolg iemand verkiezen mogt een Stuk te koopen, wordt dezelve hier mede verzogt, zig direct aan gemelden J.G. NICOLAI te addresseeren, zonder dat hij nodig heeft zig deswegens by hun te Amsterdam te melden, doordien niemand dezelve aldaar in ’t minste goedkooper zal kunnen hebben dan by meergemelden alhier in Zwolle. Tegenwoordig zyn te bekomen: een à f 300: een à f 260: en een à f 210 zonder Lessenaar. Indien’er zig Liefhebbers mogten vinden van Stukken tot meerderen of minderen prys, zo moeten dezelve extra besteld worden. Behalven de bovengemelde drie soorten van Stukken zyn ‘er zonder extra bestelde, nooit geene klaar. Uit naam van hun zal de meergemelde Commissionair wel voor hunne stukken willen repondeeren: indien’er dus iets aan komen zoude, dat aan onvolmaaktheid toe te schryven was, die addresseere zig direct door den van hun verzogten Commissionair aan hun: zy zullen den bezitter van het Instrument zoeken te vrede te stellen, dit hebben zy by hun verblyf alhier willen bekend maaken. Zwolle den 21 Juny 1792.
MEINCKA en P. MEYER.
In 1792 werd Johann Gottlieb Nicolai aangesteld tot commissionair van de Amsterdamse pianobouwers Meincke en Pieter Meijer. De organist en componist Johann Gottlieb Nicolai werd in 1744 in het Duitse Münster geboren, maar woonde het grootste deel van zijn leven in Zwolle. Vanaf 1775 tot aan zijn overlijden in 1801 was hij stadsorganist van Zwolle van de Grote of Michaëlskerk. De dubbeluitgave van zijn A.B.C. pour le clavecin ou forte piano (een methode) en de 24 Sonates pour le clavecin sur les 24 tons de la musique (een bundel met 24 sonates en 22 preludes in 24 toonsoorten) verscheen vermoedelijk in 1790.
Nederlands schilderij uit 1813 van Willem Bartel van der Kooi (1768 – 1836) met een typische Meincke Meijer & Pieter Meijer tafel piano. (Het naambord en inleg fineer)
In het Musick’s Monument Dulcken project zijn twee vragen nog onbeantwoord :
Is Jan Dulcken (geboren 1768), die een pianofortebouw opleiding van zijn vader gehad had in Parijs, gaan werken bij het bedrijf van Meincke en Pieter Meyer? Jan Dulcken zijn dochter Alida is getrouwd met Johan George Meyer. De vader van Johan George is Johan Casper Hendrik Meyer , geboren te Eißendorf onder Hamburg.
Was Johan George Meijer SMID - voor de metalen onderdelen van de piano's?
J. C. MEIJER, Forte-Pianomaker van Londen, thans C. MEIJER, Forte-Pianomaker, heeft de eer zijne begunstigers te berigten, dat zijne AFFAIRE met primo Mei is verplaatst naar de Delftschevaart, nabij de Krattebrug, wijk G, n°. 322, te Rotterdam ; hij verzoekt de voortdurende, gunst zijner Land- en Stadgenooten, daar hij zal trachten door een goed asssortiment van Instrumenten, tot zeer civiele prijzen, een ieder genoegen te geven." Rotterdamsche Courant, 10/05/1821, p. 1
JOHAN CASPER ????
Dülken hatte die Pianofortebaukunst in Hamburg und Paris erlernt, und diese Kunst nach München verpflanzt.
Pieter Meyer Hamburg?????
Dülken had het pianobouwvak in Hamburg en Parijs geleerd en bracht deze kunst vervolgens naar München.
Pieter Meyer Hamburg?????
Die Stadt im Jahre 1808 München aufschlug, stand die Pianofortebankunst dasselbe nicht mehr auf ihrer frühern hohen Stufe. Johann Ludwig Dülken, schon von dem Kunst liebenden und übenden Karl Theodor 1781 als ,,Mechanisker“ Hofclaviermacher in München angestellt, war wirklich ein mechanisches Talent und hatte unsern München bald einen bedeutenden Ruf im Fache der Pianofortebankunst erworben. Dülken hatte die Pianofortebaukunst in Hamburg und Paris erlernt, und diese Kunst nach München verpflanzt. Selbst ein erfaberischer Kopf, wußte er auch die Fortschritte und Anforderungen seiner Zeit wohl zu benüzen; denn seine Fortepianos besaßen neben dem Fortezug auch den Fagott- und Harfenzug, die Friderichsche Hebung u. dgl. Dabei zeichneten sie sich aber auch durch solide Bauart, schönen Ton und gleichförmige Scala so sehr aus, daß sie nicht nur in Deutschland, sondern auch in der Schmey, in Frankreich, Italien und England sehr geschäßt waren. Dülken war noch überdieß seit 1799 mit der berühmtesten Clavierspielerin ihrer Zeit, der bekannten Sophie Lebrun vermählt. Seine 3 Töchter waren gleichfalls Clavierspielerinnen und Sängerinnen, und so bildete sein Haus in der Prannerstraße lange Zeit den interessanten Versammlungsplatz der damaligen gebildeten musikalischen Welt in München.
Als sich jedoch Ritter in München ansässig machte, war Dülken bereits 72 Jahre alt, hatte sein Geschäft aufgegeben und nahm keinen Antheil mehr an den Verhältnissen und Anforderungen dieser Zeit. Der Pianofortebauer Saller, der nun um diese Zeit die meisten Flügel in Bayern baute, arbeitete gut, doch streng nach Wienermustern, so daß die wirklichen Wienerinstrumente in München bald den höchsten Ruf erhielten. Von dem Tore englischer Instrumente hatte man indessen woher in Wien, noch in München einen Beztüft.
De stad in het jaar 1808 [verwijst naar München], stond de pianofortekunst aldaar niet meer op haar vroegere hoge peil. Johann Ludwig Dülken, reeds in 1781 door de kunstlievende en -beoefenende Karl Theodor als „mechanicus” hofklaviermaker in München aangenomen, was werkelijk een mechanisch talent en had al snel voor ons München een belangrijk aanzien verworven op het gebied van de pianofortekunst. Dülken had de pianofortekunst in Hamburg en Parijs geleerd, en deze kunst naar München overgebracht. Zelf een vindingrijk hoofd, wiste hij ook de vooruitgang en eisen van zijn tijd wel te benutten; want zijn fortepianos bezaten behalve het fortezug (forte-register) ook het fagot- en harpzug, de Friderichse heffing en dergelijke. Daarbij onderscheidden zij zich evenwel ook door een sobere/solide bouwkwaliteit, schone toon en gelijkmatige scala zo zeer, dat zij niet alleen in Duitsland, maar ook in Zwitserland [gedrukt als Schmey], in Frankrijk, Italië en Engeland zeer gezocht/gewaardeerd waren. Dülken was bovendien sinds 1799 getrouwd met de beroemdste klavierspreelster/pianiste van haar tijd, de bekende Sophie Lebrun. Zijn 3 dochters waren eveneens klavierspeelsters en zangeressen, en zo vormde zijn huis in de Prannerstraße lange tijd de interessante ontmoetingsplaats van de toenmalige geschoolde muzikale wereld in München.
Toen zich echter Ritter in München vestigde, was Dülken reeds 72 jaar oud, had hij zijn zaak opgegeven en nam hij geen deel meer aan de verhoudingen en eisen van deze tijd.