Multimedia Art Productions


Nederlandse vlag

Heerengragt 433

  • Herengracht 433

MOOIII
  • De Herengracht bij de doopsgezinde kerk Bij 't Lam Herengracht 433 tot 429 met in het midden het pleintje voor de doopsgezinde kerk Bij 't Lam. Vanuit Herengracht 429 wordt huisraad op een dekschuit geladen in verband met een verhuizing (wellicht een tijdelijke verhuizing, naar het buitenhuis van de bewoners). Schouten, H. P. (Herman; 1747-1822) 1780 ca. t/m 1790 Gemeente Archief Amsterdam



Maria Sophia

Maria Sophia Dulcken: Tussen muziek en de Amsterdamse regenten
Hans Meijer

Het verhaal van Maria Sophia Dulcken brengt twee opmerkelijke werelden uit het achttiende-eeuwse Europa samen: de beroemde dynastie van instrumentenbouwers die de toetsinstrumentmuziek ingrijpend veranderde, en de welgestelde regentenfamilies die tijdens de Nederlandse Republiek over Amsterdam regeerden.
Maria Sophia was de dochter van
Johannes Daniel Dulcken, een van de meest gerenommeerde klavecimbelbouwers van de achttiende eeuw. Zijn instrumenten werden in heel Europa bewonderd om hun vakmanschap en uitzonderlijke klank. Vanuit Antwerpen bouwde de familie Dulcken een reputatie op die zich tot ver buiten de Lage Landen zou uitstrekken.
Na de dood van Johannes Daniel sloegen zijn kinderen verschillende wegen in. Zijn zoon
Jean-Louis (Johannes Lodewijk) Dulcken maakte naam als instrumentenbouwer in Amsterdam, Hasselt, Antwerpen en Parijs. Tegen het einde van de eeuw werd hij in familiearchieven omschreven als een koninklijke Franse instrumentenbouwer, wat wijst op banden met het Franse koninklijk hof tijdens de laatste jaren van het Ancien Régime. Zijn zoon, Louis Dulcken II, zou later hofpianobouwer worden in München en instrumenten leveren aan een van de meest prestigieuze hoven van Europa.
Terwijl haar broer en neef een muzikale carrière nastreefden op de Europese podia, speelde het leven van Maria Sophia zich af in een heel andere omgeving.

Ze trad in dienst bij
Jonkvrouwe Johanna Catharina van der Dussen, dochter van Jacob van der Dussen, gerechtsdeurwaarder en dijkwaard van Amstelland en lid van een van de vooraanstaande regentenfamilies van Amsterdam. Uit historische bronnen blijkt dat de familie Van der Dussen in een statig herenhuis woonde aan Herengracht 433, vlakbij het Koningsplein, in de prestigieuze "Gouden Bocht".
Het huis weerspiegelde de status van de familie. Het was een woning die getuigde van rijkdom en invloed, bemand door talrijke bedienden en onderhouden met de elegantie die van de heersende elite van Amsterdam werd verwacht.
Na verloop van tijd werd Maria Sophia veel meer dan alleen een dienstmeid. Uit een juridisch document van 29 maart 1792 blijkt dat zij voor Johanna Catharina had gezorgd en haar zaken had behartigd. De bewoordingen duiden op een functie met uitzonderlijk veel vertrouwen en verantwoordelijkheid. Zij regelde huishoudelijke zaken, hield toezicht op praktische aangelegenheden en bleef tijdens de laatste jaren van haar meesteres aan haar zijde.
Toen Johanna Catharina in 1792 overleed, woonde Maria Sophia nog steeds in wat in het document het ‘sterfhuis’ wordt genoemd – het huis van de overledene. Terwijl de nalatenschap werd afgehandeld door erfgenamen, advocaten en notarissen, bleef zij in het herenhuis wonen dat al vele jaren haar thuis was geweest, tot aan haar dood in 1805.
Als erkenning voor haar loyaliteit en dienstbaarheid ontving zij een erfenis van
vijfduizend gulden, een buitengewoon genereus bedrag. Het was niet alleen een beloning, maar ook een blijk van het vertrouwen en de genegenheid die Johanna Catharina in haar had gesteld.
Het contrast is opvallend. Juist op het moment dat Europa ingrijpende veranderingen onderging – toen de Franse Revolutie de oude orde op zijn kop had gezet en er nieuwe muziekinstrumenten in opkomst waren – waren leden van de familie Dulcken actief in Parijs en München, waar ze de toekomst van de klaviermuziek vormgaven. Ondertussen was Maria Sophia Dulcken in Amsterdam getuige van het laatste hoofdstuk van een oud regentenhuis.
Ze bevond zich op het kruispunt van twee werelden. Via haar familie had ze banden met de toonaangevende instrumentenbouwers van Europa. Door haar werk werd ze onderdeel van een van de vooraanstaande regentenfamilies van Amsterdam. In de rustige kamers van Herengracht 433 werd ze de laatste hoedster van een huishouden waarvan de geschiedenis generaties terugreikte.
Haar verhaal is niet louter een verhaal van dienstbaarheid. Het is het verhaal van een vrouw wier leven muziek, vakmanschap, cultuur en macht met elkaar verbond op een cruciaal moment in de Europese geschiedenis.
Herengracht 433 is een statig 18e-eeuws herenhuis met bijbehorende stallen en koetshuis, om de hoek van het Koningsplein in het meest prestigieuze deel van de grachtengordel. Het pand werd in 1717 gebouwd naar een ontwerp van de in Marseille geboren architect Jean Coulon, in opdracht van de rijke koopvrouw Joan d’Orville, en heeft verschillende prachtige historische kamers uit de bouwperiode behouden, waaronder de grote foyer en een bibliotheek met uitzicht op de met bomen omzoomde gracht en het fascinerende verkeer daarop.

Vastgoed: Voor een bedrag tussen de 3000 en 6000 gulden kocht je in het late 18e-eeuwse Amsterdam een degelijk burgerwoonhuis in een nette zijstraat of net buiten de duurste grachtengordel.

a
B
a-1
b-1

[In de marge / bovenaan:] Nº 87. Quitantie Dedel
[Hoofdtekst:] Op den negen & twintigsten Maart des jaars zeventien honderd twee en negentig, compareerde voor mij Cornelis van Homrigh, Openbaar Notaris te Amsteldam, bij den Hove van Holland geadmitteerd,
Mejuffrouw Maria Sophia Dülcken, meerderjarig en ongehuwd, wonende binnen deze Stad ten Sterfhuize van wijlen de WelEd. Geb. Jonkvrouwe Johanna Catharina van der Dussen, welke zij Juffrouw Comparante in der tijd heeft opgepast en derzelver Huishouding gedirigeerd,
Ende bekende uit handen van de Wel Edele Gestrenge Heeren Daniel Hooft Gerritsz. Vrijheer van Vreeland en Dorssewaard, oud Schepen en oud Raad in de Vroedschap dezer Stad etc. etc. en Mr. Jacob Hooft, oud Schepen dezer Stad etc. etc. voor zich en de verdere mede Erfgenamen ab intestate van wijlen de welgemelde Jonkvrouwe Johanna Catharina van der Dussen, ontvangen en in contante penningen naar zich genomen te hebben een summa van vijf duizend guldens tot een praesent door
de gezamentlijke Erfgenamen uit den Boedel van wijlen dezelve Jonkvrouwe aan haar Juffrouw Comparante toegelegd voor de goede oppassing en goede directie in de Huishouding van de meermelgemelde Jonkvrouwe Johanna Catharina van der Dussen in der tijd, en der- halven dieswegens de welgemelde Heeren Daniel Hooft Gerritsz. en Mr. Jacob Hooft en ook de ver- dere mede Erfgenamen ab intestato van dezelve Jonkvrouwe Johanna Catharina van der Dussen bij dezen dankelijk te quiteren,

Consenterende hier af Acte, Gepasseerd in Amsteldam, ter presentie van Hendrik Theodorus van Otten en Willem Huygens, als getuigen;
[Ondertekeningen:] M S Dülcken H T van Otten W: Huygens C:vHomrigh Nots.

NOTA02124000262
AMSTERDAM ARCHIEF TESTAMENT
NOTA02124000304
van der dussen

De letterlijke tekst die op haar betrekking heeft luidt:
"...úitgezeid de Klederen en Lijflinnen, mitsgaders restanten van Wijn en provisie, welke met gemeen goedvinden der Erfgenamen Zijn overgelaten en gegeven aan Juffroúw Maria Sophia Dúlcken..."

Op basis van de tekst staat er over juffrouw Dulcken dat de kleding, het lijflinnen en de restanten van de wijn en provisie aan haar zijn overgelaten en gegeven. Dit is gebeurd met de gezamenlijke goedkeuring van de erfgenamen.

† Johanna Catharina van de Dussen
begraven Johanna
maria-sophia-dulken-20201805-1
Maria Sophia Dulken † 17 Januari 1805


Het Amsterdamse grachtenpand (Wijk D, nr. 162) werd in de akte uit 1792 aangeduid als het 'sterfhuis' van Johanna van der Dussen omdat zij de eigenares/hoofdbewoonster van dat Amsterdamse bezit was (ongeacht haar overlijden of begraafplaats met betrekking tot Gouda).
Aangezien Maria Sophia Dulcken in 1792 in dat Amsterdamse huis woonde en in 1805 vanuit exact datzelfde Amsterdamse wijkadres (
D N:162) is begraven is te concluderen: Maria Sophia Dulcken is na Johanna's overlijden in het Amsterdamse huis blijven wonen en heeft er tot haar eigen dood in 1805 geleefd.

koopacte

De aankoop: Nadat haar vader, Jacob van der Dussen, in 1750 overleed, kocht haar moeder, Johanna Clara Pels, op 21 juli 1751 dit riante huis met erf, koetshuis en stal van de erfgenamen van Joan d'Orville. Archief Amsterdam

"...te hebben aan de Vrouwe Johanna Clara Pels weduwe van de weledele Heer Mr. Jacob van der Dussen, in leven Baillieu en Dijkgraaff van Amstelland &ca Een Huis en Erve met het Coetshuis daar nevens, en de stal daar agter met de Grond staande ende gelegen op de Heere gragt, aan de Oostzijde bij het Coningspleijn…"


433*
Beeldbank Amsterdam Archief
beeldbank amsterdam
Beeldbank Amsterdam Archief