
Van Kluizenaarskapel tot Militair Uitkijkpunt: De Stiftskirche St. Goar tot 1734
Gelegen aan de oevers van de Midden-Rijn staat de Stiftskirche van Sankt Goar symbool voor de turbulente geschiedenis van het Rijnland. Voordat de kerk in de late achttiende eeuw door branden werd getekend, kende het gebouw twaalf eeuwen van diepe devotie, architectonische bloei en felle belegeringen. Een reconstructie van de geschiedenis van deze bijzondere kerk, met het jaar 1734 als historisch kantelpunt.
De erfenis van de heilige Goar (6e – 11e eeuw)
De fundamenten van de kerk liggen in de vroege middeleeuwen. Rond het jaar 550 vestigde de heilige Goar van Aquitanië zich op deze plek als kluizenaar. Hij stichtte een hospitium voor reizigers en verspreidde het christendom in de regio. Na zijn dood in 575 werd zijn graf al snel een drukbezocht bedevaartsoord.
Koning Pippin de Korte schonk de kapel in 765 aan de Abtei Prüm. Na een verwoestende brand in 1137 werd de kerk heropgebouwd als een adellijk Chorherren-Stift. Uit deze vroege romaanse periode stamt de huidige crypte. Deze drieschepige ondergrondse ruimte behoort tot de best bewaarde romaanse crypten in het hele Rijnland.
De macht van Katzenelnbogen (1185 – 1527)
In 1185 verkregen de invloedrijke graven van Katzenelnbogen de voogdij over de kerk en de stad. Onder hun bewind transformeerde de Stiftskirche ingrijpend. In 1444 gaf graaf Philipp van Katzenelnbogen opdracht tot een grootschalige vernieuwing. Het oude romaanse schip maakte plaats voor een prachtig, laatgotisch schip met een indrukwekkend netgewelf en een stenen pijperkansel.
Tussen 1469 en 1489 werd het interieur bovendien voorzien van kleurrijke fresco's. Deze unieke, laatgotische muurschilderingen overleefden de tand des tijds en vormen tegenwoordig de belangrijkste historische schat in de regio.
De Reformatie en de Hessische periode (1527 – 1700)
Een ingrijpend keerpunt volgde in 1527. Landgraaf Filips I van Hessen voerde de Reformatie in. Het katholieke kapittel werd ontbonden en de Stiftskirche veranderde in een protestants gebedshuis. Daarmee is de gemeente van St. Goar de oudste protestantse kerkgemeenschap in het Rijnland. Het interieur werd aangepast aan de nieuwe protestantse liturgie. De kerk herbergt uit deze periode onder meer de monumentale praalgraftekens van landgraaf Philipp II van Hessen-Rheinfels en zijn echtgenote.
Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618–1648) wisselde de stad meermaals van bezetting en raakte de regio zwaar beschadigd door de strijd tussen katholieke keizerlijke troepen en protestantse legers. De strategische ligging van de stad aan de Rijn, direct onder de machtige vesting Burg Rheinfels, betekende dat de kerk altijd in de frontlinie lag.
Een haastig adventshuwelijk voor de storm (1733)

Heiratseintrag Johann Daniel Dülcken und Susanna Maria Knüpfelin transcriptie Dr. Johannes Burkardt
2. Heiratseintrag Johann Daniel Dülcken und Susanna Maria Knüpfelin - transcriptie Dr. Johannes Burkardt
17. [Decem]ber * Sindt H[er]r Johann Daniel Dülcken, Kauff- u[nd] Handels=mann,
H[errn] Pfarrers Dül=
ckens zu Winches=hausen (sic!) in der Graffschafft Berlenburg
Ehel[icher] Sohn, u[nd] J[ung]fer
Susanna Maria Knüpfelin, des weyland H[errn] Johann Conrad Knüpfels
gewesenen proviant=Com[m]issarii u[nd] Stiffts=Kellers allhie,
nachgelasene Ehel[iche]
Tochter, copuliret u[nd] den 23 t[en] augusti hui[us] anni zum
I stenmal p[ro]clamiret word[en].
* Darunter Eintrag mit blasserer Tinte, aber von gleicher Hand: „16. hui[us] de infra. N[ota] B[ene].“
Aan het begin van de jaren 1730 hing de dreiging van een nieuw Europees conflict al in de lucht. De spanningen rondom de Poolse Successieoorlog namen snel toe. In deze onzekere sfeer vond in de Stiftskirche een gedenkwaardige persoonlijke gebeurtenis plaats.
Op 17 december 1733 traden de koopman Johannes Daniel Dulcken en Susanne Maria Knoppffel (Knöpffel) hier in het huwelijk. Het betrof een haastig gesloten adventshuwelijk. Susanne was de dochter van de overleden Johann Conrad Knöpffel, die als Proviant-Commissair van Burg Rheinfels en Stift-Kellner jarenlang de spil vormde tussen de militaire logistiek en de kerkelijke administratie van Sankt Goar. Dit huwelijk onderstreepte de sterke verwevenheid van de kerk met de lokale ambtelijke en militaire elite, vlak voordat het oorlogsgeweld de stad zou opeisen.
Het krijgsjaar 1734: De kerk als militair schild
Slechts enkele maanden na de huwelijksvoltrekking sloeg het noodlot toe. In 1734 braken de vijandelijkheden van de Poolse Successieoorlog definitief uit in het Rijnland. Een Franse troepenmacht van dragonder- en infanterieregimenten rukte op naar de Rijn en sloeg het beleg op voor de bovenliggende vesting Rheinfels en de stad Sankt Goar.
Vanwege haar massieve, hooggelegen westtoren functioneerde de Stiftskirche in deze oorlogsmaanden geregeld als strategische uitkijkpost voor de Hessische verdedigers. Schutters gebruikten de kerkramen en de toren om de Franse troepenbewegingen op de Rijn en de omliggende heuvels te dwarsbomen. Hoewel de Franse aanval in 1734 door de standvastigheid van het garnizoen werd afgeslagen, luidde dit jaar een onrustige eindfase in. De Stiftskirche overleefde het beleg van 1734 weliswaar ongeschonden, maar de militaire druk bleef groeien. Het zou een van de laatste keren zijn dat de middeleeuwse structuur van de stad en haar kerk standhield voor een zware kruisweg in de late achttiende eeuw volgde.



Foundation Musick's Monument