Multimedia Art Productions

5124DF8C-FF60-4F0E-8880-06957DAEC9F1 2


Objectbeschrijving: Materialen en 'Turquerie' in
Concert in een interieur (1764)

De weergave van textiel en de verschillende kledinglagen in Jan Jozef Horemans II’s schilderij
Concert in een interieur (1764) dient een dubbel doel. Het fungeert zowel als een expliciet statussymbool voor de 18e-eeuwse Antwerpse elite als een instrument voor geraffineerde compositorische humor. De twee vrouwelijke figuren zijn afgebeeld in een Robe à la française, de destijds toonaangevende Franse hoepelrok. Hét centrale constructieve kenmerk van deze jurk is de Watteau-plooi (plis Watteau): een dubbele baan stof die vanaf de schouders losjes over de rug tot op de grond valt. De schilder gebruikt dit specifieke kledingelement bij beide dames op een volstrekt unieke wijze, waardoor een uiterst complexe visuele legpuzzel ontstaat die makkelijk tot verwarring leidt.

Status en materiaalweergave (de klavecimbelspeelster)

Bij de dame aan de linkerzijde, die het klavecimbel bespeelt, fungeert de Watteau-plooi als een direct statussymbool. Omdat zij met haar rug naar de toeschouwer zit, vormt deze rugbaan het visuele middelpunt van de linkerhelft van het canvas. De japon is vervaardigd uit chintz (sits): exclusief, handbedrukt of beschilderd glanskatoen dat via de handelsroutes uit India naar Europa werd gebracht. De soepele val van de plooien over haar krukje accentueert de fijne textuur van de stof en etaleert de welstand en modieuze, kosmopolitische smaak van het huishouden.


Een Modieuze Woordspeling: Identieke Stoffen

In het schilderij
Concert in een interieur (1764) van Jan Jozef Horemans II bevindt zich aan de rechterzijde een intrigerend Commedia dell'arte-personage. De acteur, gekleed als een listige bediende (zoals Scapino of Brighella), draagt een wijde, exotische harembroek (şalvar) met een opvallend rood-zwart arabeskenmotief. De subtiele humor die de schilder hier uithaalt, schuilt niet in een anatomische misleiding, maar in een vernuftige materiaalgrap.

19B74008-BB63-4D74-ACEF-8A9558DAE81D_1_102_o

De visuele match: Harembroek en binnenvoering

Wie het canvas nauwkeurig bestudeert, ziet dat de acteur fysiek zijn eigen broek draagt, maar dat de rood-zwarte stof ervan identiek is aan de binnenvoering van de zittende dame in het blauw. De dame draagt een
Robe à la française, waarvan de blauwe buitenrok is gevoerd met deze kostbare, Ottomaans- of Indiaas-geïnspireerde chintz. Doordat zij op haar stoel zit, klapt haar jurk open en wordt deze spectaculaire voeringstof zichtbaar (zoals links te zien is bij de pijl).

72151612-8AD1-4253-8EFA-D6C66BF5D158
70889523-4538-4AFE-8BAD-4E4A113B3DE6


Theatrale humor

Door de kledingstukken van exact dezelfde zeldzame stof te schilderen en ze compositorisch vlak naast elkaar te plaatsen, creëert Horemans een schitterende visuele eenheid. Het wekt de komische suggestie dat het exotische kostuum van de theaterfiguur is gesneden uit dezelfde exclusieve rol textiel als de binnenzijde van de jurk van zijn gastvrouw. De verticale blauwe baan van haar
Watteau-plooi (plis Watteau) die over de rugleuning valt, versterkt deze modieuze match door de overgang tussen de broek en de geopende jurk prachtig te kaderen. Het resultaat is een meesterlijk staaltje 18e-eeuwse humor, waarin de modieuze Turquerie-hype perfect wordt verweven met de improvisatiegeest van het theater.

De invloed van de baleinenconstructie op de materiaalexpositie

Als afsluiting van de textielanalyse in
Concert in een interieur (1764) verdient de mechanische werking van de hoepelrok extra aandacht. Wat opvalt bij de pijl, is hoe de binnenvoering van de jurk strak en vlak omhoog wordt gestuwd. Dit specifieke visuele effect is het directe resultaat van een onderstructuur met harde baleinen, de zogenaamde paniers.
In de 18e eeuw werden deze hoepels geconstrueerd met rigide materialen zoals wilgentenen of walvisbaard. Wanneer de dame gaat zitten, werkt deze constructie als een hefboom: de hoepels kantelen en drukken de zware buitenstof als een strakke boog omhoog en naar buiten. Juist door deze mechanische spanning blijft de stof wijd openstaan en wordt de identieke rood-zwarte voeringstof zo vlak, scherp en theatraal blootgelegd aan de toeschouwer.
Bij het gebruik van heupkussens (een alternatieve methode uit de modegeschiedenis voor volume) was dit specifieke effect op het canvas onmogelijk geweest. Kussens absorberen het gewicht van de zittende dame en zakken in, waardoor de stof zacht naar beneden zou plooien en de voering aan het oog zou worden onttrokken. De keuze van Horemans II voor een rigide baleinenhoepel is dus cruciaal geweest voor het slagen van zijn modieuze en theatrale materiaalgrap.



4665D0FA-46ED-4EEE-875E-0159FD3D900C
Portret van keizerin Maria Theresia van Oostenrijk 1717-1780 met masker à la Turque, voor 1750

Martin van Meytens the Younger

Beide werken van Meytens en Horemans laten zien hoe West-Europa destijds met het 'Oosten' omging. Het was geen politieke realiteit, maar pures entertainment:

  • De keizerin droeg het als een carnavalskostuum voor een exclusief bal.
  • De rijke burgers op het schilderij van Horemans halen diezelfde theatrale sfeer in huis.