
STIFTSKIRCHE ST GOAR
Hans Meijer
Rheinfels
1605 – 1626: Puur Gereformeerd (Calvinistisch)
Nadat landgraaf Maurits het calvinisme verplicht stelde, mochten de lutheranen niet meer in de kerk samenkomen. Het orgel werd gesloopt en de fresco's werden witgekalkt.
1626 – 1649: Wisselingen door de Dertigjarige Oorlog
Tijdens de oorlog veroverde de lutherse tak Hessen-Darmstadt het gebied. Zij draaiden de situatie tijdelijk om: de kerk werd weer luthers en het calvinisme werd verboden.
1649 – 1740: Twee protestantse gemeenten in één kerk (Simultaneum)
Vanaf 1649 werd de vrede getekend en ontstond er een heel bijzondere afspraak. Omdat er inmiddels zowel veel calvinisten als lutheranen in Sankt Goar woonden, kregen beide groepen het recht om de Stiftskirche te gebruiken. Ze hielden er na elkaar hun eigen diensten.
De orgel-loze periode (ca. 1605 – 1740)
Het verbod: Nadat landgraaf Maurits rond 1605 de orgels liet slopen, bleef de Stiftskirche decennialang zonder instrument.
Geen muziek tijdens het huwelijk: Toen het jonge paar in 1733 voor het altaar stond, zong de gemeente de psalmen nog volledig a cappella. Er was op dat moment geen orgel.
De verandering kwam pas ná hun huwelijk (1740): De roep om herstel van de muziek in de kerk werd pas echt concreet rond 1739. In 1740 kreeg de Stiftskirche eindelijk weer een prachtig nieuw orgel. Dit werd gebouwd door de bekende Frankfurts-Duitse orgelbouwer Johann Christian Köhler.
Tussen Burcht en Kerk – De afkomst en jeugd van Susanna Maria Knöpfel
Om de wereld waarin Susanna Maria Knöpfel in 1706 opgroeide te begrijpen, moeten we kijken naar het leven en werk van haar vader: Johann Konrad Knöpfel (1662–ca. 1720). Als zoon van een protestantse predikant kreeg Johann Konrad een scherp verstand en een solide netwerk mee. In 1680 schreef hij zich in aan de Universiteit van Marburg, het intellectuele en theologische hart van protestants Hessen. Gewapend met deze academische achtergrond vestigde hij zich in het strategische Rijnstadje Sankt Goar. Hier bouwde hij een indrukwekkende carrière op die hem tot een van de meest invloedrijke burgers van de regio zou maken.
Een protestantse sleutelfiguur onder katholieke heren
De politieke en religieuze situatie waarin Johann Konrad moest opereren, was hoogst complex. Sankt Goar en de daarboven gelegen, reusachtige burcht Rheinfels waren in theorie protestants gebied. Echter, door een erfenis binnen de vorstenfamilie van Hessen kwam de feitelijke macht in 1693 in handen van een strikt katholieke zijtak: het Huis Hessen-Wanfried. Eerst onder landgraaf Karel (1693–1711) and vanaf 1711 onder diens vrome zoon landgraaf Willem II, regeerden katholieke vorsten over een nagenoeg volledig protestantse bevolking.
Hoewel dit op papier een recept voor een godsdienstoorlog leek, was de praktijk verrassend pragmatisch. Dankzij oude verdragen (zoals de Regensburger Rezeß) waren de rechten en bezittingen van de protestanten wettelijk beschermd. De katholieke landgraven mochten hun geloof uitoefenen in de kasteelkapel op de burcht en in een nieuwe kerk buiten de stadsmuren, maar zij moesten de protestantse burgers met rust laten. Om het gebied stabiel te houden en de belastingen binnen te halen, hadden de katholieke landgraven betrouwbare protestantse bestuurders nodig die het vertrouwen van het volk genoten. Johann Konrad Knöpfel was de perfecte man op de perfecte plaats.
De dubbelrol: Kerkelijke financiën en militaire logistiek
Johann Konrad bekleedde in Sankt Goar een cruciale dubbelrol. Ten eerste was hij de Stift-Kellner (stiftkelner) van de protestantse Stiftskirche. In deze invloedrijke functie beheerde hij de administratie, de uitgestrekte landerijen en de belastinginkomsten van het protestantse kerkkapittel. Dat een katholieke landgraaf als Willem II de controle over deze belangrijke protestantse geldstroom volledig aan Knöpfel overliet, bewijst hoezeer zijn integriteit en zakelijke vakkennis werden gerespecteerd.
Zijn tweede functie droeg nog meer verantwoordelijkheid: Johann Konrad was tevens de Proviant-Commissair (bevoorradingscommissaris) van de burcht Rheinfels. Rheinfels was op dat moment een van de machtigste en belangrijkste militaire vestingen aan de Rijn, gebouwd om de constante dreiging van Franse invasies te weerstaan. Als proviantcommissaris was Knöpfel verantwoordelijk voor de gigantische logistieke operatie binnen het fort. Hij zorgde ervoor dat de militaire voorraden – van graan, vlees en bier tot munitie en buskruit – altijd op peil waren om een maandenlange belegering te kunnen doorstaan. In een tijd van constante oorlogsdreiging was dit een absolute vertrouwenspositie. Landgraaf Willem II wist dat het behoud van zijn strategische burcht letterlijk afhing van de logistieke precisie van zijn protestantse commissaris.
Stabiliteit in een gerespecteerd gezin
Terwijl Johann Konrad dagelijks laveerde tussen de belangen van de protestantse burgerij beneden in de stad en het katholieke hof boven op de burcht, bouwde hij aan zijn eigen gezinsleven. Op 29 april 1695 trouwde hij in de Stiftskirche met Regina Magdalena Dirx (een dochter uit een solide, lokaal-regionaal protestants milieu).
In dit welgestelde, hoogopgeleide en gerespecteerde gezin van de stiftkelner werd op 11 september 1706 hun dochter Susanna Maria Knöpfel gedoopt. Zij groeide op in een wereld waar cultuur, religieuze tolerantie, bestuurlijke verantwoordelijkheid en muziek hand in hand gingen. Het was deze specifieke, intellectuele protestantse opvoeding onder de rook van burcht Rheinfels die de basis legde voor haar latere leven en haar huwelijk in 1733 met de begaafde domineeszoon en klavecimbelbouwer Johann Daniel Dulcken.
Conrad Knöpfel, geboren in Wolfershausen in 1662, ingeschreven aan de universiteit van Marburg in 1680, werd provisiecommissaris in het Hessische fort Rheinfels bij St. Goar.
Conrad Knöpfel trouwde Regina Magdalena Dirx op 29. April 1695. Conrad Knöpfel stierf voor 1721.

Den 7. April. sind zum ersten mal proclamirt worden, Herr Jo- han Conrad Knöpfel, Proviant=Meister, Herrn Conrad Knöpfels, Metropolitani zu Milsungen, ehelicher Sohn; und Jgfr. Regina Magdalena, Herrn Dieterich Diepers, Rath= gängers eheleibliche Tochter. Den 29. April. copulati. Den 16. Jun. sind zum ersten mal proclamirt.
Op 7 april zijn voor de eerste keer afgekondigd: Heer Johan Conrad Knöpfel, proviandmeester, wettige zoon van de heer Conrad Knöpfel, metropolitan (hoofdpredikant) te Melsungen; en jongedochter Regina Magdalena, wettige dochter van de heer Dieterich Dieper, raadslid. Op 29 april zijn zij in de echt verbonden.

Taufeintrag Susanna Maria Knöpfel - transcriptie Dr. Johannes Burkardt
Complete
Den 11 t[en] [Novem]bris wurde Don[n]erstag Nachmittags zwisch[en] 12 u[nd] 1 Uhren
nach gehaltener
Beth=Stunde in öffentl[icher] Versam[m]lung getaufft Susanna Maria,
H[errn] Johann Conrad Knöpffels, Proviant-Com[m]issarii u[nd] Stiffts=
Kellners allhier Töchterlein. Gevattern waren Herr Oswald
Wollff, Nachgänger am hiesigen Hoch=Fürstl[ichen] Gesam[m]t-Rhein=
Zoll, u[nd] Fr[au] Maria Barbara, H[errn] Samuel Kellers, Stadt=
Lieutenants allhier ehel[iche] Hauß-Frau, wie auch H[errn] Pfarrers Geissel
Fr[au] Eheliebste von Wollroda
des H[errn] Vatters Schwester.*
* Die letzten 12 Wörter mit blasserer Tinte später nachgetragen.
Historische reconstructie: De leefomgeving en maatschappelijke transitie van Susanna Knöpffel
Inleiding
De jeugd van Susanna Knöpffel speelde zich af binnen de administratieve en religieuze kern van Sankt Goar. Haar vader, Johann Conrad Knöpffel, bekleedde twee invloedrijke overheidsposten: Stift-Kellner (hoofdbeheerder) van het kapittel en Proviant-Commissair op de burcht Rheinfels. Hierdoor behoorde het gezin tot de lokale bestuurlijke elite.
Huisvesting en de Stiftskellerei
Als hoofdbeheerder was haar vader verantwoordelijk voor de belastinginning, de pachtopbrengsten en het vastgoed van de kerk. De officiële dienstwoning en het kantoor (de Stiftskellerei) bevonden zich direct op het complex. Op historische kaarten is te zien dat het gezin woonde in de direct aan de kerk grenzende gebouwen, aangeduid als het Clofter (Klooster) of de Aptey (Abdij). Dit was geen rustig privémilieu, maar een functioneel administratief centrum. Er was een constante stroom van boeren, handelaren en ambtenaren die belasting in natura (zoals wijn en graan) kwamen afdragen.
Logistiek en infrastructuur rond het huis
Het dagelijks leven van het gezin werd logistiek bepaald door de omliggende infrastructuur. Aan de noordzijde vormde de Obere-Straße de belangrijkste verkeersader door de stad voor transport en reizigers. De Heiligen Gasse aan de westkant begrensde het kloostercomplex en bood een directe, rustigere route richting de markt en het Rathhauss (Stadhuis) in de benedenstad. De Wacher (de stadsbeek) liep direct langs de abdij en diende voor de watervoorziening en afwatering van het complex.
Religieuze en maatschappelijke verplichtingen
De Grose Kirch. (de protestantse Evangelische Stiftskirche) stond centraal in het openbare leven van het gezin. Vanwege de hoge maatschappelijke status van haar vader had de familie een vaste, gerespecteerde plaats in het schip van de kerk. Zij waren aanwezig bij alle officiële protestantse kerkdiensten en ceremoniën. De wekelijkse gang naar de kerk bepaalde de sociale contacten van Susanna binnen de hogere burgerij van Sankt Goar.
De relatie met de burcht Rheinfels
Hoewel de administratieve basis van het gezin in de benedenstad lag, was er een directe functionele lijn met de militaire top. De Alte Burg en de hoger gelegen vesting Rheinfels waren de plekken waar haar vader de militaire voorraden beheerde. Dit betekende dat de familie Knöpffel nauwe banden onderhield met zowel de kerkelijke als de militaire autoriteiten van het graafschap Hessen-Kassel. Binnen dit strikt georganiseerde, bestuurlijke netwerk groeide Susanna op.
Sociaal-politieke verschuivingen en de transitie na de dood van Johann Conrad Knöpffel
De gezinssituatie onderging een ingrijpende verandering na het overlijden van Johann Conrad Knöpffel vóór het jaar 1721. Zijn dood liet niet alleen een persoonlijk vacuüm achter, maar betekende hoogstwaarschijnlijk ook het verlies van de officiële dienstwoning binnen het administratieve kloostercomplex.
Deze familiale omslag viel bovendien samen met grotere geopolitieke en religieuze spanningen in de regio. Hoewel Sankt Goar van oudsher een protestants-gereformeerd bolwerk was, kwam de lokale administratie onder toenemende druk te staan door het aantreden van het katholieke gezag binnen het Huis Hessen-Rheinfels-Rotenburg. Deze centraliserende en contrareformatorische invloed culmineerde in ingrijpende bestuurlijke hervormingen die tot 1731 aanhielden. Het verlies van hun beschermheer, in combinatie met deze oprukkende katholieke invloed op het beheer van de kerkelijke goederen, veranderde de maatschappelijke positie van de protestantse elite ter plaatse ingrijpend. Deze toegenomen sociaal-religieuze druk vormt een cruciale context voor het huwelijk van dochter Susanna Maria Knöpffel in 1733 in deze zelfde Grose Kirch. met de klavecimbelbouwer Joannes Daniël Dulcken en haar daaropvolgende vertrek uit Sankt Goar.


Heiratseintrag Johann Daniel Dülcken und Susanna Maria Knüpfelin transcriptie Dr. Johannes Burkardt
Compleet
17. [Decem]ber * Sindt H[er]r Johann Daniel Dülcken, Kauff- u[nd] Handels=mann,
H[errn] Pfarrers Dül=
ckens zu Winches=hausen (sic!) in der Graffschafft Berlenburg
Ehel[icher] Sohn, u[nd] J[ung]fer
Susanna Maria Knüpfelin, des weyland H[errn] Johann Conrad Knüpfels
gewesenen proviant=Com[m]issarii u[nd] Stiffts=Kellers allhie,
nachgelasene Ehel[iche]
Tochter, copuliret u[nd] den 23 t[en] augusti hui[us] anni zum
I stenmal p[ro]clamiret word[en].
* Darunter Eintrag mit blasserer Tinte, aber von gleicher Hand: „16. hui[us] de infra. N[ota] B[ene].“
Getrouwd in Verboden Tijd: Het Haastige Adventshuwelijk van Clavecimbelbouwer Johannes Daniel Dulcken onder Burcht Rheinfels
SANKT GOAR – Op 17 december 1733 klonken in de Stiftskirche van Sankt Goar de huwelijksgeloften van de jonge, talentvolle clavecimbelbouwer Johannes Daniel Dulcken en zijn bruid Susanne Maria Knöpfel. Het was een koude winterdag, midden in de Advent. Dat er op deze datum überhaupt getrouwd werd, was een absolute zeldzaamheid én een daad van pure noodzaak. De protestantse kerk hanteerde destijds streng het Tempore Vetito: een absoluut verbod om te trouwen in de bezinningsperiode voor Kerst. Maar het jonge paar had geen tijd te verliezen. Hoog boven de kerk torende hun vroegere thuis, de machtige Burcht Rheinfels, die hen kort tevoren hardhandig was afgenomen door een katholieke bezetter.
Een gestolen jeugd op een protestants bolwerk
Om de immense druk achter dit haastige huwelijk te begrijpen, moeten we kijken naar de geschiedenis van de burcht en de jeugd van de bruid. Susanne Maria Knöpfel werd in 1706 geboren op Burcht Rheinfels. In die dagen was deze kolossale vesting langs de Rijn een onwankelbaar protestants bolwerk. Sinds de Reformatie in 1528 zwaaide de calvinistische hoofdtak van het Landgraafschap Hessen-Kassel er trots de scepter.
Susannes vader, Johann Conrad Knöpfel, was als Proviant-Commissair en Stift-Kellner de hoogste protestantse beheerder van de burchtvoorraden. Susanne groeide op in de veilige, geprivilegieerde beslotenheid van deze protestantse kazerne-stad.
Aan die protestantse idylle kwam echter abrupt een einde toen haar vader vóór 1721 overleed en de burcht kort daarna door een bittere adellijke opvolgingstrijd in handen viel van de katholieke zijtak Hessen-Wanfried. Toen de vrome katholieke landgraaf Christian van Hessen-Wanfried-Rheinfels in 1731 met zijn troepen de burcht introk, veranderde Susannes vroegere thuis plotseling in een vijandelijk, katholiek eiland. De protestantse ambtenaren werden verdreven. De burcht was de wezen Knöpfel letterlijk afgenomen.
De vlucht in het Tempore Vetito
Toen Susanne in 1733 de liefde vond bij de protestantse clavecimbelbouwer Johannes Daniel Dulcken (de zoon van een predikant), was de situatie in het Rijndal onhoudbaar geworden. Met een katholieke landgraaf op de burcht die de protestantse stad Sankt Goar wegdrukte, en met de constante dreiging van naderende Franse troepen, was er sprake van acute paniek.
Wachten tot het voorjaar was geen optie, maar de kalender werkte tegen hen. De kerk hanteerde al sinds de middeleeuwen het Tempore Vetito (de 'verboden tijd'). Omdat de advent van oorsprong een periode van strenge spirituele soberheid, inkeer en vasten was, waren uitbundige feesten en huwelijken destijds bij wet ten strengste verboden. Zelfs na de Reformatie hielden protestantse kerken vast aan deze strikte rustperiode.
Het paar vroeg — en kreeg wegens de crisis — een zeldzame kerkelijke dispensatie (vrijstelling) om deze dwingende wet te omzeilen. Zonder de gebruikelijke, wekenlange openbare huwelijksafkondigingen gaven zij elkaar haastig het jawoord.
Terwijl zij beneden de calvinistische psalmgezangen aanhieven, konden ze boven op de Rheinfels de katholieke burchtwachten zien lopen. Het huwelijk was geen groots feest, maar een strategische vlucht naar voren.
De escalatie van de Poolse Successieoorlog in 1734 maakte van het Rijndal een onhoudbare vuurhaard. Hoewel het landgraafschap Hessen-Kassel de controle over Burg Rheinfels wist te consolideren, zorgden de Franse troepenbewegingen onder bevelhebber Kleinholz en de val van de nabijgelegen vesting Philippsburg voor constante militaire dreiging en economische verlamming in St. Goar. Voor een pasgetrouwd echtpaar uit de ambtelijke en koopmanselite was dit onveilige grensgebied geen gezonde basis voor de toekomst. Hun keuze viel daarom op Maastricht. Als een van de belangrijkste en best verdedigde garnizoenssteden van de Staatse Republiek bood Maastricht de perfecte veilige haven. De stad lag strategisch buiten het directe Rijnlandse oorlogstheater, maar was via de Maas uitstekend verbonden met internationale handelsroutes. Om te overleven sloten de families een strategisch 'ketenhuwelijk': Johannes Daniels oudere broer, Johan Christian Dülcken, trouwde met Susannes zus, Anna Christiana Knöpfel. De families leefden pal naast elkaar en vormden een hecht front in hun huis en winkel "Het Gulde Cruijs" aan de Munt.
Ondanks de hulp van ongetrouwde zussen zoals Regina Magdalena Knöpfel, raakte Johannes Daniel in diepe financiële problemen. De situatie escaleerde toen hij in 1737 een astronomisch bedrag van 600 gulden leende van de weduwe van de Maastrichtse burgemeester Hesselt van Dinter. Omdat zijn inkomsten in Maastricht ontoereikend waren om dit fortuin af te betalen, trok Johannes Daniel rond de jaarwisseling van 1737/1738 met zijn gezin naar Antwerpen om daar zijn geluk te beproeven.
Hoewel de Maastrichtse magistraat aanvankelijk een curator aanstelde over zijn achtergelaten goederen, toonde Johannes Daniel in Antwerpen zijn ware integriteit. Zijn sublieme instrumenten vonden gretig aftrek. Telkens ontvangen ze brieven van de curator in Maastricht en elke keer moet Daniël deze weer beantwoorden. Dit duurt tot midden 1740. Hoe de schuld is afgelost is niet duidelijk. Zijn herwonnen rijkdom en succes werden definitief bezegeld toen hij op 21 januari 1746 drie aanpalende huizen kocht in het Antwerpse Hopland, waar hij zijn wereldberoemde atelier vestigde en uitgroeide tot een gezien burger van de stad.


MAASTRICHT
De geschiedenis herhaalt zich in München
Bijna zestig jaar later herhaalde deze religieuze en sociale strijd zich op griezelige wijze bij hun kleinzoon, Louis Dulcken. Louis werd in 1761 geboren aan het Carthuijsers Kerkhof in Amsterdam, groeide tot zijn dertiende op in het protestantse Hasselt (Overijssel), en trok daarna via Antwerpen naar München.
Net als zijn grootvader in de verboden winter van 1733, moest kleinzoon Louis in 1799 in het streng katholieke Keurvorstendom Beieren alle zeilen bijzetten om te mogen trouwen met de katholieke top-pianiste Sophie Lebrun. Opnieuw wierp een katholiek bolwerk barrières op voor een protestantse Dulcken. En opnieuw overwon het familiemeesterschap: Louis werd Hofklaviermacher en overbrugde de geloofskloof met de universele taal van de muziek.
De cirkel van de Dulcken-dynastie was rond: het begon met een haastig protestants jawoord in de verboden Adventsperiode onder een geroofde burcht, leidde via een eervol afgeloste schuld in Maastricht tot het bezit van drie huizen in Antwerpen, en eindigde in de harmonie van een van de meest succesvolle muzikale families van de negentiende eeuw.
"Nomina Sponsoru[m] Dies Mensis Decembris An[n]o 1799
Dülken, seu 27. Ludovicus Dülken churf[ürstlicher] Hof-Instrumen[ten]m
Dälken macher, acatholicus, des Ludovicus
dessen Dülken k[öniglich] französischen Instrumenten
Revalidation machers, dann Anna dessen Eheweib
m[a]t[ri]m[on]ii ____ beiden seelig, ehlicher Sohn, mit
Sophia Lebrun, des Ludovicus
x Lebrun churf[ürstlichen] Hofmusikus, dann
Lebrun Francisca dessen Eheweib seelig, ehelichen
Tochter. Testes: Theobald Marchand
churf[ürstlicher] Theater-Director, Franz
Danzi c[h]u[r]f[ürs]t[licher] Kapelmeister, tempore
vetito cum dispensatione denuntiationu[m]".

Louis Dulcken - Sophie Lebrun - Franz Danzi - Theobald Marchand


Transcriptie
[30verso?]
Notae
ad nuptias has Dülkanas
ex mandato celsissimi ordinis renovandas
quia antea Augusta Vindelicorum coram
Evangelico Pastore contractas, sunto.
[31recto?]
§ 1
Ludovicus, civis jam Monacensis, ob coëmptas
aedes sibi, homo*1 acatholicus suam magistra=
tui nostrati dissimmulaverat religionem, quia
neutiquam ab eodem senatu idcirco interogatus.
Mox discessit Augustam ad Pastorem Lu=
theranum (nescius Iurium Bavariae, semper
catholicae et immaculatae ab omni haeresi) atque
ibidem putatitio junctus matrimonio est.
Hanc copulam nullam ab initio, et irritam
omnino jussit more catholico renovare Dominus ordinis?*2
et quidem pro hoc casu solo, ob idoneas ratio=
nes v.g. (=verbi gratia) ob inscitiam contrahentium, ob
bonum prolis pp? et quidem sede pontificia
nunc vacante pp?
§ 2
Ad acta Parochialia, sub conubio Parochialia
in extenso jacent coetera omnia, una=
cum reversalibus Ludovici Dülken pro
se, proque posteritate sua.
§ 3
ad finem et calcem huius libri adnecto copiam
horum reversalium, ad perpetuam huius
casus memoriam, et informationem.
Sigilla mea ex officio meo
parochi etc.
sunt ad calcem libri huius
anno hoc copulati sunt 96.
In de marge [31r]
Can. Theol'g aul'ae
cons: frising. actae: ? = Freising?
Rav. de Scheser…?
Parochus scripsi
ad Iussum et Man=
datum celsissimi et Re=
verendissimi?*3 Ordinis
Ik, … , pastoor (Parochus), heb dit geschreven op bevel en verordening van de verheven en eerbiedwaardige (klooster)orde.
Vertaling
Opmerkingen
bij dit huwelijk van Dülken
dat op bevel van de verheven (klooster)orde herhaald / vernieuwd moest worden
omdat het eerder in Augsburg ten overstaan van
een Evangelische prediker gesloten was, …?*4
27 december 1799
§ 1
Louis, reeds een inwoner van München,*5 had, toen hij een huis ging kopen, als niet-katholiek, zijn geloof voor onze ambtenaar verborgen gehouden, omdat het bestuur hem hier ook niet naar gevraagd had.
Kort daarop vertrok hij naar een Lutherse prediker in Augsburg (onwetend van de wetten in Beieren, waar men altijd katholiek is geweest en onaangeroerd door enige vorm van ketterij) en daar dacht hij getrouwd te zijn.*6
De ordemeester? heeft verordend dat deze verbintenis, die vanaf het begin nietig en geheel en al ongeldig was, in dit uitzonderlijke geval, op de katholieke manier herhaald / vernieuwd moest worden, vanwege geschikte redenen, bijv. vanwege de onwetendheid van de betrokkenen, vanwege het welzijn van de kinderen (en omdat er momenteel geen paus is).*7
§ 2
Aangaande de Acta Parochialia (=Handelingen van de parochie), alle overige Parochialia zijn, samen met de repliek van Louis Dülken ten bate van hem en zijn kinderen, in hun volledigheid te vinden (in extenso iacent) onder het kopje huwelijk (sub conubio).
§ 3
Tenslotte en ten einde van dit boek voeg ik deze vele replieken toe, ter eeuwige herinnering aan deze zaak, en ter lering.
Mijn zegels overeenkomstig mijn ambt als pastoor etc. (parochus) zijn achterin dit boek te vinden.
Dit jaar zijn er 96 [mensen] getrouwd.
*1-ho’o = homo?
*2-Dominus ordinis? Het gaat om de hoogste functie binnen een bepaalde religieuze groep. Ik vertaal het maar letterlijk met ‘ordemeester’. De religieuze orde komt vaker ter sprake.
*3-reverendissimi’ is het eerste waar ik aan denk, maar of dat er staat weet ik niet zeker.
*4-sunto?
*5-Monacum, -ch(i)um = München, St., Bayern (Graesse, Orbis Latinus).
*6-Augusta [Vindelicorum] = Augsburg (Pinkster, Woordenboek Latijn-Nederlands).
*7-Augusta [Vindelicorum] = Augsburg (Pinkster, Woordenboek Latijn-Nederlands).
*8’-sedisvacatie’ van 29 augustus 1799-14 maart 1800, paus gevangengezet door Napoleon en in gevangenschap gestorven.
Transcriptie - Dr Verena Demoed

St. Goarer Taufeintrag Regina Magdalena Dirx vom 24. September 1676
(KB 149-1, S. 56)
1.
Heirat von Conrad Knöpfel und Regina Magdalena Dirx am 29. April 1695 (KB 149/1, S. 255);
2.
Taufe von Dietrich Conrad Knöpffel am 9. Februar 1696 (KB 149/1, S. 105);
3.
Taufe von Maria Sophia Christiana Knöpfel am 9. November 1697 (KB 149/1, S. 116);
4.
Taufe von Anna Margaretha Elisabeth Knöpffel am 24. September 1699 (KB 149/1, S. 125);
5.
Taufe der am 18. April 1701 geborenen Anna Getrud Henriette Knöpfel (KB 149/1, S. 130);
6.
Taufe von Johann Christian Ludwig Knöpffel am 21. Juni 1703 (KB 149/1, S. 137);
7.
Taufe von Johann Henrich Werner Knöpffel am 23. Dezember 1704 (KB 149/1, S. 142);
8.
Taufe der am 16. Mai 1709 geborenen Anna Christina Dorothea Knöpfel (KB 149/1, S. 158);
9.
Taufe der am 28. Februar 1711 geborenen Maria Elisabeth Knöpffel (KB 149/1, S. 162);
10.
Taufe von Johann Ludwig Knöpffel am 29. Dezember 1712 (KB 149/1, S. 168);
11.
Taufe des am 22. November 1714 geborenen Johann Wollrath Knöpfel (KB 149/1, S. 177).
Foundation Musick's Monument
